Mijn kind in de onderbouw

Voor de meeste kinderen en hun ouders is de onderbouw de eerste kennismaking met de school. Om u alvast voor te bereiden, schetsen wij hier hoe het toegaat in de onderbouw. U kunt ook lezen welke afspraken en regels in de klas gelden.

Uw kind komt op school als het vier jaar is geworden. Als dat na 1 oktober is, begint het de dag na zijn of haar verjaardag. Kinderen die in augustus of september jarig zijn mogen vrijwel direct na de zomervakantie op school beginnen.

Hoe groot zijn de groepen (klassen) in de onderbouw?

In de onderbouw streven we ernaar om aan het eind van het schooljaar maximaal 30 kinderen in een onderbouwgroep (klas) te hebben. Voor de overige bouwen streven wij eveneens naar een maximum van 30 kinderen per klas. Het werkelijke aantal kan per schooljaar verschillen.

Wat gebeurt er in de klas?

Wij vinden het belangrijk dat het kind leert zelfstandig te handelen. Dat begint al in de onderbouw. Wij moedigen aan dat kinderen zelf hun jas ophangen, zelf hun pauzehapje wegzetten en een werkje kiezen. De kinderen mogen een plantje meenemen naar school om zelf te verzorgen. Het schept een huiselijke sfeer in de klas en stimuleert de zorg voor de omgeving. De kinderen leren om gekozen werkjes na gebruik netjes op te ruimen. Af en toe is er een huishouduurtje waarbij alle kinderen een bijdrage leveren aan het netjes houden van het lokaal.

Op onze school hanteren wij de gedachte ‘werken is spelen en spelen is werken’. In de onderbouw wordt spelenderwijs gewerkt met montessorimaterialen als de roze toren en kralentrapjes. Dit materiaal biedt de kinderen veel structuur, stimuleert de ontwikkeling van zintuigen en motoriek, en leent zich uitstekend voor het aanleren van woorden en begrippen. Bovendien kunnen kleuters er goed mee (leren) samenwerken. In de onderbouw leren kinderen ook al cijfers en getallen ontdekken. Wanneer kinderen daar belangstelling voor hebben leren zij letters en komen zij in de onderbouw al toe aan het leggen van woorden met losse letters en het lezen van korte woorden.

Andere vormen van spel en werk krijgen eveneens veel aandacht in de onderbouw. In een hoek van de klas kunnen de kinderen naar hartelust spelen aan de hand van steeds wisselende thema’s (‘in de winkel’, ‘bij de dokter’, ‘bij de kapper’). De kinderen kiezen niet uitsluitend zelf  hun werkjes. Op grond van observaties en testen worden door de leerkracht ook lesjes aangeboden om te zorgen dat het kind zich de lesstof eigen maakt. Op de gang staat een speciale tafel waar kinderen met zand en water spelen. Verder zijn in de onderbouw spullen voor huishoudelijke karweitjes aanwezig. Door de lesjes met dit materiaal worden de kinderen in staat gesteld om zelfstandig een bijdrage te leveren aan een verzorgde omgeving.

Leerkrachten in de onderbouw bieden regelmatig groepslessen aan over allerlei onderwerpen uit de natuur en het dagelijks leven of de themahoeken. Daarnaast worden taal- en telspelletjes gedaan en de zogenaamde algemene lessen ter bevordering van het goed hanteren van het materiaal en het verbeteren van de sociale omgang in de klas.

Jonge kinderen willen graag bewegen. In de onderbouw krijgen kinderen dan ook volop de kans om vrij te werken, vaak op kleedjes op de grond. Verder spelen de kleuters elke dag buiten, als het weer dat toestaat. De kinderen krijgen minimaal twee keer per week gymnastiekles van de eigen leerkracht. Het dragen van gymkleding is niet verplicht (de meeste kinderen gymmen in hun ondergoed).

In de onderbouw staan de vakken ‘beeldende vorming’ en ‘creatieve ontwikkeling’ regelmatig op het programma.  Naast tekenles en handvaardigheid wordt in de onderbouw eens per twee weken een les dans of drama gegeven. Als leidraad gebruiken we de methode ‘Moet je doen’. De kinderen zingen regelmatig in de klas en doen muziekspelletjes en –lesjes.

De onderbouwleerkrachten overleggen regelmatig met elkaar om er voor te zorgen dat het lesaanbod in de klassen goed met elkaar overeenkomt en ook dat er een goede doorgaande ontwikkelingslijn is binnen de bouw.